Organisatie  >  Medezeggenschap

Medezeggenschap

Via het individueel begeleidingsplan heeft een cliënt zeggenschap over de begeleiding die hij krijgt en de doelen die worden gesteld. Het individueel begeleidingsplan wordt gemaakt in overleg tussen de persoonlijk begeleider en de cliënt, vaak in samenspraak met de familie. In het plan staat hoe de begeleiding eruitziet en wat de doelen daarvan zijn. Ook staan er concrete afspraken in vermeld en het resultaat van de evaluatie van die afspraken.

Het individueel begeleidingsplan is bepalend voor de inhoud van de begeleiding en biedt daarmee zowel de cliënt als De Driestroom houvast. De Driestroom legt hiermee ook verantwoording af over de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening die aan de cliënt geboden wordt. Het plan wordt regelmatig opnieuw besproken en zonodig bijgesteld. De cliënt heeft op deze wijze zelf invloed op de ondersteuning.

Naast zeggenschap is er ook sprake van medezeggenschap voor cliënten. Bij alle vormen van dagbesteding en wonen is inspraak meestal geregeld via groepsoverleg. Daarnaast is er een cliëntenraad voor dagbesteding met een commissie cliënten en een commissie vertegenwoordigers. Voor de hele organisatie is er bovendien een cliëntenraad die met de directie overlegt over alle voor cliënten belangrijke zaken. Deze raad bestaat uit De Driestroomraad van cliënten en de commissie van vertegenwoordigers. De manier waarop medezeggenschap vorm heeft gekregen, voldoet aan de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ).