Het verhaal van Rietje, Roger en Caroline bij Broerweg-Eikstraat

09 juni 2021

De kwaliteitsrapporten van Driestroom over 2020 staan op onze website. Elk jaar beoordelen we de kwaliteit van de verschillende onderdelen van onze organisatie volgens de richtlijnen uit het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg. We beschrijven in de rapporten op welke punten we als Driestroom goed scoren en waarin we ons verder kunnen ontwikkelen als het gaat om kwaliteit van zorg. Daarnaast delen cliënten, assistent-medewerkers, medewerkers en franchisenemers hun eerlijke verhaal over hun ervaringen met (kwaliteit van zorg bij) Driestroom. Hieronder het verhaal van Rietje, Roger en Caroline bij Broerweg-Eikstraat.

In de gemoedelijke Nijmeegse volksbuurt Hengstdal liggen de woonvormen Broerweg en Eikstraat. De buurt staat bekend om zijn sociale samenhang en het wonen voelt daarom vertrouwd en veilig. Maar hoe is dat ten tijde van corona? We spreken bewoonster Rietje en twee medewerkers over hun ervaringen met het afgelopen jaar en over het wonen en werken op deze locatie.

Wonen bij Driestroom

‘Bij woonvorm Broerweg wonen zeven cliënten met een licht tot matig verstandelijke beperking’, vertelt teamleider Caroline Eberson (56). Zij werkt al 33 jaar bij Driestroom waarvan de laatste twaalf jaar voor de woonvormen. ‘Deze bewoners hebben veel structuur nodig en daarom is er 24 uur per dag begeleiding aanwezig. Daarnaast wonen er vier cliënten op de galerij boven de woonvorm. Zij zijn wat minder afhankelijk maar wonen dichtbij omdat ze nog wel ondersteuning nodig hebben. Vlakbij ligt locatie Eikstraat. Hier heeft Driestroom twee woningen voor elk vier personen. Een derde woning wordt inmiddels opgeknapt en biedt straks ruimte aan drie personen. Deze bewoners zijn allen redelijk zelfstandig en hebben minder structuur nodig, zij kunnen hulp vragen op afstand.’ Persoonlijk begeleider Roger Lensen (53) vult aan: ‘We werken met één team voor beide locaties. De bewoners van de galerij en de Eikstraat kunnen terecht op de Broerweg met hun vragen.’ De leeftijd van de bewoners varieert van 20 tot 72 jaar. Eén van hen is Rietje Scholten (70). Zij woont inmiddels 1,5 jaar op de Eikstraat in een woning samen met drie heren. Rietje: ‘Na de Paasdagen verhuis ik naar de nieuwe woning en woon ik met in ieder geval één andere dame, dat past beter bij mij en daar heb ik veel zin in.’

Een dag uit het leven van..

Roger: ‘Mijn werkdagen verschillen behoorlijk. Van maandag tot en met donderdag zijn de bewoners van de Broerweg overdag naar dagbesteding. Dan is er tijd voor regelzaken of het werken aan de zorgplannen. Op vrijdag en in de weekenden zijn de bewoners overdag thuis en ben ik veel op de groep om nabijheid te bieden. Ook doe ik elke dag een rondje langs de galerij en de woningen aan de Eikstraat. Ik zoek even een contactmomentje met de bewoners om te vragen hoe het gaat, hoe ze erbij zitten en of er bijvoorbeeld nog iets geregeld moet worden. Dat contact is belangrijk.’ Roger werkt sinds negen maanden voor Driestroom. ‘Ik heb jarenlang administratief werk gedaan maar miste de passie in mijn vak. Vier jaar geleden ben ik als zij-instromer aan de slag gegaan in de zorg. Ik heb de opleiding maatschappelijke zorg gevolgd en voel me hier als een vis in het water, de bewoners zijn heel vriendelijk.

Cliënten hebben veel inspraak en kunnen zelf onderwerpen aandragen die zij graag anders of beter zien, zoals voeding, huisvesting, inrichting of medicatie. Dat is denk ik een sterk punt van ons, we stellen de bewoners centraal en betrekken ze bij wat er op de locatie gebeurt. en gemotiveerd.’ Rietje vult aan: ‘Ik help graag mee met de huishoudelijke taken. Ik ga soms mee een boodschap doen en help wekelijks met het opruimen van de bezorgde boodschappen. Ook heb ik de meubels voor de nieuwe woning mee mogen uitzoeken en assisteer ik bij allerlei andere klusjes. Normaal gesproken ga ik op dinsdag naar de handwerkclub maar die is door corona al even dicht. Ik zou misschien ook één dag per week naar de dagbesteding gaan maar door corona zijn die plannen nog even in de ijskast gezet.’ Caroline: ‘Iedereen is erg betrokken. Ik ben naast de locaties Broerweg-Eikstraat ook teamleider van woonvorm Patrijsstraat in Beneden-Leeuwen. Ik probeer mijn tijd te verdelen door twee dagen op de ene locatie te zijn en twee dagen op de andere. Als je aanwezig bent, vinden medewerkers het fijn om toch even live contact te hebben en praktische zaken door te spreken. Naast die gesprekken heb ik ook veel afspraken staan met behandelcoördinatoren, interne afdelingen zoals Facilitair maar ook met cliënten en leveranciers. Daarnaast ben ik druk met het uitvoeren van beleid en het naleven van de regels en richtlijnen omtrent corona.’

Kwaliteitsborging

Caroline vervolgt haar verhaal: ‘Wij borgen de kwaliteit van onze werkzaamheden door te werken vanuit protocollen en richtlijnen. Dit doen we onder andere door onze medewerkers zo goed mogelijk te scholen. Ook hebben we regelmatig overleg met de persoonlijk begeleiders en de behandelcoördinatoren. Daarnaast starten we binnenkort met het implementeren van NCare, een digitaal toedienregistratiesysteem in het kader van de medicatieveiligheid. Tot slot hebben we een cliëntenraad. Cliënten hebben veel inspraak en kunnen zelf onderwerpen aandragen die zij graag anders of beter zien, zoals voeding, huisvesting, inrichting of medicatie. Dat is denk ik een sterk punt van ons, we stellen de bewoners centraal en betrekken ze bij wat er op de locatie gebeurt.’ Rietje licht toe: ‘Dat klopt, we maken bijvoorbeeld altijd samen met de begeleiding de menulijst. We kiezen samen wat we willen eten. Als er een dag iets op het menu staat dat ik niet lust, dan krijg ik een apart potje groente, dat is goed geregeld. Ook werk ik samen met mijn persoonlijk begeleider aan mijn zorgplannen. Ik heb aangegeven dat het mijn wens is om met anderen te wonen die meer de gezelligheid opzoeken. Nu zit ik ‘s avonds vaak alleen, dat vind ik jammer. Ik ben heel blij dat dit gelukt is en dat ik binnenkort kan verhuizen. Er wordt goed naar mij geluisterd’.

Blijven verbeteren

Roger vult aan: ‘Er is ook wekelijks een bewonersoverleg. In een informele vorm, bijvoorbeeld tijdens het eten, vragen we of er nog iets speelt en of iemand nog iets kwijt wil. Laatst nog, gaf Rietje aan dat ze het niet prettig vindt dat haar medebewoner ’s avonds laat de deur laten openstaan bij het buitenzetten van het vuilnis. Ze voelt zich dan onveilig over wie er allemaal binnen kan komen. Dit is meteen opgepakt met de betreffende bewoner, die nu weet dat hij even de deur achter zich dicht moet trekken.’ Rietje: ‘Ik heb bijvoorbeeld ook aangegeven dat ik het niet fijn vind dat, wanneer ik serieus in gesprek ben met de begeleiding, we worden afgeleid door hun telefoon die afgaat. Ik heb dan liever dat ze die even uitzetten zodat ze echt persoonlijke aandacht kunnen geven.’ Caroline: ‘Het is fijn dat we dit soort zaken vaak snel kunnen verbeteren voor de bewoners. Zo zijn er natuurlijk altijd wel verbeterpunten. Het rapporteren op doelen is als verbeterpunt opgenomen in onze jaarplannen. Het elektronisch cliëntendossier ONS heeft inmiddels meer vorm gekregen en daar willen wij nu meer onze aandacht op vestigen.’ Roger: ‘Ik vind dat er nog wel wat te verbeteren valt in de contactmomenten met de cliënten. Deze staan nu nog per bewoner op vaste tijdstippen in de agenda terwijl ik merk dat dit niet voor iedereen goed werkt. Soms bewaart iemand zijn frustraties van iets waar hij tegenaan loopt namelijk dagenlang tot aan dat contactmoment. Dan blijft iemand lang in zijn of haar emotie zitten, terwijl dit veel eerder opgelost zou kunnen worden. Ik probeer daar wat relaxter mee om te gaan en vind dat contactmomenten ook kunnen vanuit spontaniteit. Ik merk dat ik daar samen met de bewoners beter mijn weg in vind op deze manier.’

Een jaar corona

Caroline: ‘Inmiddels hebben we al een jaar te dealen met de coronamaatregelen. Vorig jaar maart begon de hectiek. Doordat we een diversiteit aan bewoners hebben, hadden we te maken met verschillende regels. Voor de bewoners van de Broerweg die naar dagbesteding gaan, golden andere afspraken dan voor de bewoners van de galerij die bij een sociale werkplaats werken. Dat maakte het heel lastig. Gelukkig werden alle regels en procedures rondom corona op een gegeven moment centraal gecoördineerd vanuit een Taskforce-team van Driestroom. De bewoners werden heel erg beperkt in hun mogelijkheden; weinig bezoek ontvangen, niet meer samen boodschappen doen, geen terrasje pakken. Begeleiders waren druk met protocollen doornemen en uitleggen van wat wel en niet mocht. Ook hebben helaas te maken gehad met coronabesmettingen in december en januari. Eerst waren bewoners van de galerij besmet, daarna bewoners van de Broerweg en toen volgde ook nog de Eikstraat. Dit heeft wel anderhalf tot twee maanden gespeeld, iedere keer was er ergens een uitbraak en moesten bewoners in quarantaine, dat was heel heftig en werd echt als vrijheidsbeperkend ervaren.’ Rietje vult aan: ‘Van mijn medebewoners lag er één met corona in het ziekenhuis en de twee anderen waren ook besmet. Ik als enige niet. Ik heb toen tijdelijk op de Broerweg kunnen wonen want daar was de uitbraak toen net voorbij.’ Caroline vervolgt haar verhaal: ‘Wat wel heel mooi is, is dat ouders en verwanten heel erg betrokken waren en meedachten in hoe ze het draaglijker konden maken voor de bewoners en het personeel. We hebben veel kaartjes en lekkers gekregen en ideeën ontvangen om bijvoorbeeld een slinger te maken met data om de quarantainedagen af te tellen.’ Roger: ‘Wat ik als heel lastig heb ervaren, is dat ik zeker op de Broerweg veel minder de nabijheid kon bieden aan de bewoners omdat ik constant volledig in beschermende kleding moest werken. Dat merkte ik ook terug in het gedrag van sommige bewoners.’ Caroline: ‘Je merkt dat de rust nu weer wat is teruggekeerd. Bewoners kunnen bijvoorbeeld weer op afspraak winkelen. En inmiddels hebben de meeste bewoners hun eerste vaccinatie ontvangen, het is nu wachten op de tweede prik en hopen dat we snel weer terug kunnen naar het normale leven.’

Alledaags geluk

Rietje: ‘Als ik gezond blijf en niets mankeer, hoop ik hier over een paar jaar nog lekker te wonen. Ik ben hier gelukkig. Ik kan in de buurt boodschappen doen, een keer naar de stad, ik vind het fijn dat ik hier mag zijn. Ik ken hier alles, mij krijg je hier de wijk niet uit. Ik heb geen corona gehad en ik verhuis binnenkort naar mijn nieuwe woning, dat maakt me vrolijk en daar heb ik echt zin in!’ Roger vult aan: ‘Ik hoop hier over een paar jaar ook zeker nog persoonlijk begeleider te zijn, mits de ADL-zorgverlening (algemene dagelijkse levensverrichtingen) niet enorm groot wordt. Ik vind vooral het contact met de bewoners leuk. Als een soort coach help ik de bewoners stappen te zetten om hen verder te brengen, daar krijg ik veel energie van. Ik word er gelukkig van als ik veiligheid en nabijheid kan bieden en zie dat dat helpt. Mijn werk is nooit een sleur, dat motiveert me!’ Caroline: ‘Ik ga nog steeds elke ochtend met veel plezier naar mijn werk, dat is belangrijk. Als ik anderen gelukkig zie, of dat nu de bewoners zijn of mijn collega’s of familieleden, dan maakt mij dat ook gelukkig. Over vijf jaar hoop ik een goed draaiende franchiselocatie te hebben, dat zou mooi zijn!’