Het verhaal van Sandra en Bradley bij Driestroomhuis Didam

23 juni 2021

De kwaliteitsrapporten van Driestroom over 2020 staan op onze website. Elk jaar beoordelen we de kwaliteit van de verschillende onderdelen van onze organisatie volgens de richtlijnen uit het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg. We beschrijven in de rapporten op welke punten we als Driestroom goed scoren en waarin we ons verder kunnen ontwikkelen als het gaat om kwaliteit van zorg. Daarnaast delen cliënten, assistent-medewerkers, medewerkers en franchisenemers hun eerlijke verhaal over hun ervaringen met (kwaliteit van zorg bij) Driestroom. Hieronder het verhaal van Sandra en Bradley bij Driestroomhuis Didam.

Al dertien jaar is Driestroomhuis Didam niet meer weg te denken uit de gelijknamige Gelderse plaats. Zorgondernemer Sandra Gort (51) runt het gezinshuis met veel plezier. Ze doet dit samen met Nikita Kruitbosch (23), de oudste van haar drie dochters. Zij is sinds twee jaar ook zorgondernemer. Middelste dochter Noa (21) werkt ook in het huis en jongste dochter Nadia (17) studeert nog maar helpt waar nodig; een betrokken familie dus.

Divers gezelschap

In het gezinshuis wonen vijf jongens en drie meiden tussen de 12 en 22 jaar oud. Een divers gezelschap met verschillende achtergronden en niveaus. De één gaat naar het speciaal basisonderwijs, de ander naar Praktijkschool, VMBO of dagbesteding. Sandra: ‘Dat is soms wel even puzzelen ’s ochtends. Het ontbijten doen we in drie groepen omdat de eerste om kwart voor zeven wordt opgehaald door een busje en de laatste pas om half negen op de fiets hoeft te zitten.’

Van bouwbedrijf naar gezinshuis

Jaren geleden had Sandra met haar toenmalige man een bouwbedrijf. Zonder enige zorgervaring besloten ze de stap te maken naar een gezinshuis. Sandra: ‘Dat bleek een schot in de roos! Vanaf de eerste dag wist ik dat ik hiervoor gemaakt ben. Na zeven jaar een gezinshuis te hebben gerund in loondienst via de Hoenderloogroep, hebben we de overstap gemaakt naar een franchiseonderneming via Driestroom. In de tussentijd heb ik de benodigde opleidingen gevolgd en mijn SKJ-registratie behaald. Voor mij voelt het niet als werken en dat is denk ik heel belangrijk. Je maakt namelijk lange dagen en staat 24/7 aan. Ook moet je je privacy kunnen delen, je wordt één met de bewoners en moet dat fijn vinden.’

Doordeweekse dag

Bradley Buijinck (14) woont sinds 6,5 jaar in het huis omdat zijn ouders niet langer voor hem konden zorgen. Hij zit in het derde jaar van Praktijkschool Symbion in Didam. Op de vraag hoe een doordeweekse dag er voor hem uit ziet, antwoordt hij: ‘Ik ontbijt en ga naar school, daarna ga ik vaak buiten spelen. Dan mag ik helpen met koken, eten we samen en ruim ik de tafel af, dat is mijn taak. Daarna heb ik nog schermtijd en vervolgens ga ik slapen.’ Sandra vult aan: ‘Elk kind heeft zijn eigen drukke leventje en hobby’s en ieder heeft een eigen taak in huis. Maar het avondeten is een moment dat we met zijn allen samen plannen, dat vinden we belangrijk. Vaak heeft iedereen zijn bord allang leeg maar zitten we nog een hele tijd gezellig met elkaar te kletsen. Daar kan ik zo van genieten.’

Leren en toepassen

Wij proberen de kinderen dingen te leren zonder ze het gevoel te geven dat ze echt aan het leren zijn. Dit doen we door dagelijkse situaties of spelletjes terug te koppelen naar het echte leven. Dit kan gewoon als we in het weekend wandelen of fietsen over de Hoge Veluwe bijvoorbeeld. Door te leren op het moment dat het aan de orde is, kun je de kennis meteen koppelen en toepassen. Dit heb ik zo ook ervaren toen ik mijn zorgopleidingen volgde terwijl ik al in de zorg werkte. We gebruiken daarnaast verschillende methodieken. We kijken bijvoorbeeld niet naar dat wat er is gebeurd maar naar het waarom erachter. Ook doen we regelmatig een jongerenraad.’ Bradley vult aan: ‘We gaan dan met de kinderen en volwassenen bij elkaar zitten om regels te bespreken of te wijzigen.’ Sandra: ‘Laatst bracht een vriendinnetje van een bewoonster veel onrust via social media. We hebben toen gezamenlijk besproken hoe dat minder kon worden.’ We zetten daarnaast ook een bokstrainer in om de kinderen boksend op te voeden en laten soms een masseur langskomen. We hebben een hele grote mate van eigen regie en dat waardeer ik zo aan Driestroom. In overleg met de hoofdbehandelaar en gedragswetenschapper kunnen wij passende therapie voor elk kind zoeken.’

Kwaliteitsborging

Sandra vervolgt haar verhaal: ‘Kwaliteit is voor ons heel belangrijk. We verdiepen ons in de protocollen die er zijn en volgen deze. Daarnaast doen we veel aan intervisie met andere Driestroomhuizen en gezinshuizen van andere organisaties om een tunnelvisie te voorkomen. We hebben gemerkt dat je als gezinshuis kwetsbaar bent, maar als het nodig is dan staat Driestroom achter je. Je wordt enorm gesteund en dat is ook kwaliteit denk ik. Elke drie weken zien we de orthopedagoog een dagdeel en bespreken we alle kinderen en onszelf. Ook hebben we regelmatig werkoverleg met alle medewerkers om onze neuzen dezelfde kant op te houden. Naast dochter Noa zijn er nog een medewerker, een BBL-stagiair en een medewerker die dient als achtervang, in dienst. We praten tijdens zo’n overleg iedereen bij wat er per kind gebeurd is in de thuissituatie maar ook op school en elders. Tot slot hebben wij de laatste jaren geleerd dat stagiaires heel erg waardevol zijn. Zij dienen vanuit hun opleiding meestal een verbeterpunt aan te wijzen en komen geregeld met zeer goede ideeën. Als je helemaal in je werk zit, zie je die zaken niet. Zij kijken met een frisse blik en de laatste keren hebben we de ideeën bijna allemaal doorgevoerd.’

Een jaar corona

Ten tijde van het interview is het een jaar geleden dat Nederland in totale lockdown ging vanwege het coronavirus. Sandra: ‘Ondanks dat wij natuurlijk ook smachten naar een pretpark en de sportschool en weer gebruik willen maken van onze museumjaarkaart, hebben wij het jaar positief ervaren. Ik ben er trots op hoe wij het als team vanaf het begin hebben opgepakt met een nieuwe planning. We konden niet op onze jaarlijkse zomervakantie naar Kroatië maar hebben ons prima vermaakt in en om het huis. Ook zie ik de voordelen bij de kinderen. Bijna allemaal zijn ze op het gebied van school enorm vooruitgegaan. Ze doen hun schoolwerk vanuit huis beter dan op school, de rust is goed voor hen.’ Bradley vult aan: ‘In het begin was het best leuk, bij mooi weer hadden we ook een springkussen in de tuin en ik vond het prima om even niet meer naar school te hoeven. Maar na een tijdje was het slechter weer en was ik er klaar mee, ik voelde me opgesloten. Iemand had corona dus we moesten ook nog in quarantaine. Nu mag ik gelukkig wel weer drie dagen naar school.’ Sandra vult aan: ‘Het gaat goed maar Nikita en ik merken dat de rek er wel bijna uit is. Normaal heb je altijd wel een momentje voor bijvoorbeeld de administratie of voor jezelf als alle kinderen naar school of op de dagopvang zijn, dat is nu al een jaar niet meer het geval. Ook de contacten met andere franchisenemers tijdens intervisies en evenementen missen we ontzettend.’

Uitdaging

Sandra: ‘Ondanks corona blijven we positief. Als gezinshuisouder is het daarnaast heel belangrijk dat je veel verstand hebt van hechtingsproblematiek en trauma en dat je goed kunt zien waar dat gedrag vandaag komt. Je kunt kinderen alleen helpen als je dát kunt zien in plaats van dat je reageert op de dingen waarmee ze je uittesten. Dat wat er gebeurt moet je niet persoonlijk opvatten en dat is wel eens moeilijk. Wat ook lastig is, is de buitenwereld. Denk aan ouders, voogden, gemeenten. Zij zien niet dat je eigenlijk zeven dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar bent voor de kinderen. Terwijl het werk wat we doen zo waardevol is; kijk naar Bradley. Toen hij bij ons kwam wonen, was hij heel bang dat ik hem ging slaan. Hij ging me uitproberen en elke keer vroeg hij of ik hem ging slaan, want hij was ervan overtuigd dat ik dat op een dag zou doen. Keer op keer gaf ik aan dat ik dat nooit zou doen maar hij geloofde dat niet. Ik heb geleerd dat je een hele lange adem moet hebben. Op een gegeven moment ontspannen kinderen. Bradley begon er na lange tijd in te geloven dat ik hem echt niet zou gaan slaan. Ik zag hem groeien en lachen en daar doe je het voor.’

Alledaags geluk

Wat betekent alledaags geluk voor jou? Bradley: ‘Ik ben hier eigenlijk altijd wel gelukkig. Ik ben enig kind dus in het begin vond ik de drukte hier heel erg wennen. Inmiddels vind ik het fijn dat er altijd wel iemand is om mee te voetballen of trampoline te springen. Ook vind ik het leuk om Mario Kart te spelen.’ Sandra: ‘Voor mij geldt dat ook, gewoon lekker hier samen in huis zijn met allen, dat maakt mij blij. Over een jaar of vijf hoop ik dat we een tweede huis hebben waar we kinderen zoals Bradley vanaf hun zestiende kunnen trainen naar meer zelfstandigheid. Ze kunnen daar dan zelfstandig wonen met onze begeleiding op afstand.’ Bradley: ‘Dat lijkt me wel wat! Over vijf jaar ga ik zeker ook autorijden en stemmen want dat mag ik dan met die leeftijd. En dan ben ik aan het werk als schilder!’ Sandra lacht en reageert ‘Ja en dan mag je hier ook meteen aan de slag. Acht kinderen met elk hun eigen schema, dat zorgt soms voor ontzettend hectische dagen. Maar als ik dan zie dat de kinderen vrolijk zijn, we samen een leuke dag gehad hebben of als ik dit soort leuke toekomstplannen hoor, dan is dat voor mij de beloning.’

* Op de foto staan zorgondernemers Nikita Kruitbosch (l) en Sandra Gort (r)