Kleinschalige werkprojecten

In het kader van de transitie van AWBZ naar de financieringsstromen Jeugdwet, Wmo en Participatiewet heeft Driestroom ervoor gekozen een tweedeling te maken. Met enerzijds specialistische dagcentra, waar cliënten met voornamelijk een WLZ-indicatie belevingsgerichte dagbesteding ontvangen. En aan de andere kant, kijkend naar wat gemeenten verwachten, het afbouwen van grootschalige arbeidsmatige dagcentra en deze vervangen door kleinschalige werkposten. En als we zeggen kleinschalig, dan bedoelen we ook echt kleinschalig. Zo’n drie à vier tot maximaal acht cliënten per werkpost. 

De achtergrond van die ombouw ligt in het gedachtegoed van de Wmo en Participatiewet en komt er globaal op neer dat cliënten recht hebben op werk 2.0. Werk 2.0 wil zeggen dat cliënten werk verrichten dat in de reguliere maatschappij loonwaarde heeft in plaats van het verrichten van ‘dagbestedingsactiviteiten’ waar vaak geen loonwaarde tegenover staat. Het werk vindt midden in de maatschappij plaats en dat betekent ook dat onze werkposten midden in de maatschappij te vinden zijn. Bijvoorbeeld Dichtbij Arnhem in het centrum van Arnhem, een werkpost bij Breng in Nijmegen of Makers & Merken in Bemmel. De cliënten, ofwel assistent-medewerkers, draaien daar mee in de lokale werkgemeenschap en soms ook leefgemeenschap. Hierdoor kunnen zij een eigen sociaal netwerk opbouwen en genieten van de waardering die hun werk oplevert. Binnen werk en participatie hanteren we overigens de term assistent-medewerker in plaats van cliënt. Deze benaming doet meer recht aan de persoon die werkzaam is in een van onze werkposten.

Toen wij begonnen met de transitie van 8 à 10 grote dagbestedingcentra naar nu 65 werkposten, waren er veel twijfels over de betaalbaarheid van dit soort kleinschalige werkposten. Hier hebben we dan ook lang over nagedacht en dat was best een hele klus. Zeker ook vanwege het feit dat gelijktijdig met het ontstaan van de werkposten, de gemeentelijke tarieven met zo’n 15 tot 20 procent daalden. 

Graag geef ik u een voorbeeld hoe we zo’n ‘werkproject’ in de oude situatie zouden hebben gedaan en hoe we dat nu doen. Ik neem als voorbeeld de dienstverlening bij drie kleine, in de wijk gevestigde, kinderboerderijen, waar per kinderboerderij drie assistent-medewerkers werk kunnen verrichten zoals het schoonhouden van de stallen en het voeden van de dieren. In de oude situatie zou er per kinderboerderij een fulltime professionele begeleider aanwezig zijn voor de drie assistent-medewerkers. Vanuit het managementteam zou dan al snel de vraag komen om het aantal assistent-medewerkers op te hogen naar 12. Gezien de omvang van de kinderboerderij is dat niet wenselijk, omdat er slechts voor drie à vier assistent-medewerkers werk voorhanden is.

In de nieuwe situatie lossen we dat als volgt op. We werken met een professionele jobcoach of trajectbegeleider op afstand. De jobcoach/trajectbegeleider kan op afspraak of oproep snel aanwezig zijn bij elk van de kinderboerderijen. Daarnaast hebben we een vrijwilliger uit de bijstand bereid gevonden de kinderboerderijen te openen, te sluiten en vakmatige ondersteuning te geven aan de assistent-medewerkers. Hiermee bedoelen we het aansturen van het schoonmaken van de stallen, het ondersteunen bij het doseren van het voedsel, maar bijvoorbeeld ook bij het aansturen van het onderhoud aan het houtwerk op de kinderboerderij.

Tussen de vrijwilliger en assistent-medewerkers is een teamgevoel ontstaan. Ze doen het goed samen. En als we dan zowel naar de kwaliteit van dit initiatief als ook naar de waardering uit de wijk kijken, dan zien we dat deze opzet een goed verdienmodel heeft. Zelfs als we de loonwaarde voor de vrijwilliger uit de bijstand vergoeden. Dit is een willekeurig voorbeeld van een werkpost nieuwe stijl, waarbij we vanuit onze visie, maar ook vanuit de noodzaak om innovatief te zijn, tot betere kwaliteit zijn gekomen voor assistent-medewerker, wijk en onszelf.

Het was onze overtuiging in 2013 dat de nieuwe wetgeving geen transitie zou zijn, maar meer dan dat. Een transformatie. We zouden anders moeten gaan denken en de interactie tussen medewerker en assistent-medewerker anders vorm moeten geven. We zouden nieuwe partners ontmoeten, nieuwe successen vieren en nieuwe teleurstellingen ervaren. Ondanks het feit dat de overheid op z’n Nederlands innovaties gekoppeld had aan bezuinigingen, hadden we geloof in de kans van het nieuwe transformatietijdperk. Om dit geloof om te zetten in daden, hebben we er in januari 2014 voor gekozen een denkbeeldige scheiding te maken tussen zorg enerzijds en werk & participatie anderzijds. 

Ik heb dit vaak verdedigd vanuit het oogpunt dat als een 20-jarige dochter in het huis van haar moeder zelfstandig moet worden en haar eigen geld moet gaan verdienen, het dan helpt als moeder en dochter gescheiden wonen, gescheiden hun leven leiden en vanuit ieders autonomie de relatie liefdevol vormgeven. Velen van ons hebben zo’n proces meegemaakt en weten dat het nemen van afstand heel functioneel is in het vinden van nabijheid. 

Er waren tegenstanders voor het besluit om een scheiding te maken tussen zorg en werk & participatie. Ook zij hadden daar een goed argument voor. Werk & participatie kan namelijk leren van zorg en omgekeerd. Dat is zo, maar wel indien moeder en dochter elkaar vanuit autonomie kunnen benaderen en van elkaar kunnen houden. Door de gemaakte scheiding doet niet alleen werk & participatie het beter, maar ook voor de zorgkolom pakt dit positief uit. Zij kunnen zich nu volledig focussen op de context WLZ. 

Terugkijkend op dit besluit, dat meer dan twee jaar oud is, vind ik dat ik gelijk heb gehad. Ik mag inmiddels zelf tien werkteams aansturen en ik merk het enthousiasme bij de collega’s om nieuwe oplossingen te vinden voor oude problemen. Zo heeft een van onze collega’s een integraal plan ontwikkeld voor leren en ontwikkelen van assistent-medewerkers. Het gaat om competenties ontwikkelen, maar ook om op beperkte schaal stappen te zetten op de participatieladder.

Verder kijken we momenteel naar het toepassen van het FWG-model (Functiewaardering Gezondheidszorg) in de werk & participatiekolom. In dagbestedingcentra varieerde het aantal benodigde functies tussen FWG 25 en FWG 45 op basis van het FWG-model. Dit kon, omdat er op één locatie meerdere medewerkers werkzaam waren. In kleinschalige werkposten werkt één werkbegeleider, waardoor deze verdeling niet langer past. En weet u waar we nu mee bezig zijn? Nadenken over hoe het dan wel moet. En u weet niet hoe leuk dat is…


Wim Muilenburg, bestuurder Driestroom
Rob Huntink, projectleider werk & participatie Driestroom
 
X

Kans op vertraging in vervoer op donderdag 27 juni

Op donderdag 27 juni 2019 is er kans op vertraging in het vervoer in en rondom Nijmegen in verband met een concert in het Goffertpark.

Datum laatste wijziging: dinsdag 26 juni om 10.00 uur