We luisteren naar wat je zegt en we zien wat je bedoelt

Doorgroeien

Groter worden is een spannend, leerzaam en boeiend proces. Er komt van alles op je af en er verandert veel. In jezelf en om je heen. Als je moeilijk leert of een ontwikkelingsstoornis hebt, dan kunnen er extra uitdagingen op je pad komen. Driestroom biedt ondersteuning. Thuis, op school, tijdens je stage, of op je werk. Zo zorgen we dat je lekker in je vel zit en zo goed mogelijk mee kunt doen.

Driestroom, alledaags geluk, onbeperkt meedoen, begeleiding en ondersteuning

Alledaags geluk

Driestroom levert een bijdrage aan het alledaagse geluk van anderen. Dat is onze missie, iets waar we als hele organisatie voor gaan. Alledaags geluk zit in kleine dingen. In een vriendelijk woord, een glimlach en een schouderklopje. In aandacht voor een ander.
Alledaags gelukmodel

Nieuws

Nieuwsoverzicht
14jun Foto-Elise-van-Loon Nieuws - 14 juni 2021

Het verhaal van Elise en Alyssa bij Brasserie Bloem


De kwaliteitsrapporten van Driestroom over 2020 staan op onze website. Elk jaar beoordelen we de kwaliteit van de verschillende onderdelen van onze organisatie volgens de richtlijnen uit het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg. We beschrijven in de rapporten op welke punten we als Driestroom goed scoren en waarin we ons verder kunnen ontwikkelen als het gaat om kwaliteit van zorg. Daarnaast delen cliënten, assistent-medewerkers, medewerkers en franchisenemers hun eerlijke verhaal over hun ervaringen met (kwaliteit van zorg bij) Driestroom. Hieronder het verhaal van Elise en Alyssa bij Brasserie Bloem. Op een mooie plek in het hart van Bemmel is Brasserie Bloem gevestigd. Bij deze sociale horecaonderneming aan het marktplein zijn mensen met en zonder vergrote afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam. Vanuit de missie “Haal het beste uit jezelf, en elkaar” zorgen Elise en Alyssa ervoor dat het hun gasten aan niets ontbreekt. Lunch en diner Alyssa Davidson Descelles (25) is sinds een jaar Bedrijfsmanager van de Brasserie. Alyssa: ‘Zeven dagen per week zijn we geopend voor lunch en op vrijdag en zaterdag ook voor diner. Door corona zijn we nu helaas alleen geopend voor het afhalen van maaltijden. Brasserie Bloem is onderdeel van DROOM!. Vanuit mijn opleiding tot Facilitair Leidinggevende Mbo niveau 4 heb ik stagegelopen bij DROOM! De Aam en vervolgens heb ik meerdere jaren gewerkt bij DROOM! De Landerij. Ik zit nu goed op mijn plek bij Bloem en ben deze zomer dus al vijf jaar werkzaam bij DROOM!/Driestroom.’ Assistent-medewerker Elise van Loon (19) vult aan: ‘Ook ik ben er vanuit mijn stage ingerold. Ik heb de horeca-opleiding gedaan en werk hier nu bijna twee jaar, ik sta in de bediening.’ Medewerkers Alyssa: ‘Bij Brasserie Bloem werken tien tot vijftien assistent-medewerkers tussen de 18 en de 50 jaar oud die werkzaam zijn in de bediening, de keuken of de spoelkeuken. Daarnaast zijn er zes eerste medewerkers, waaronder twee participatiecoaches die de assistent-medewerkers helpen bij vraagstukken en ondersteuning bieden op de werkvloer.’ Elise: ‘Ik werk in de bediening omdat ik het contact met de gasten erg leuk vind. Het werken in de keuken is voor mij te chaotisch. In het begin vond ik het opnemen van de telefoon heel erg eng. De participatiecoaches hebben mij hiermee geholpen en nu doe ik het bijna dagelijks.’ Kwaliteitsborging Alyssa: ‘Kwaliteit van zorg vinden we hier erg belangrijk. Onze participatiecoaches stellen samen met de assistent-medewerkers persoonlijke plannen met actiedoelen op waaraan de assistentmedewerkers willen werken. Om deze plannen concreet te maken, gebruiken we doelenkaarten. De doelen worden ook gedeeld met de andere medewerkers zoals de chef-koks en medewerkers uit de bediening zodat iedereen ervan op de hoogte is. Samen gaan we aan de slag om het doel in één stap of meerdere kleine stapjes te bereiken. Door oefening en herhaling maken de assistent-medewerker zichzelf de vaardigheden eigen. Het uiteindelijke doel is om assistent-medewerkers klaar te stomen voor de stap naar betaald werk, dat is de visie op arbeidsparticipatie die wij hier hanteren. Maar doorstroom naar een andere horecalocatie of, door het hier opgebouwde vertrouwen, juist de stap durven zetten naar een hele andere branche vinden wij ook erg mooi om te zien.’ Elise vult aan: ‘Ik voel me hier vertrouwd en er wordt naar mij geluisterd. Als ik iets heel moeilijk vind, dan zeggen ze niet dat ik het zelf maar moet uitzoeken maar helpen ze mij daarbij zodat ik het een volgende keer wel zelf kan.’ Alyssa: ‘Bloem is een heel hecht team, ook de groep assistent-medewerkers onderling. Onze gasten geven ook altijd aan dat ze zich hier heel prettig voelen, er hangt een gemoedelijke sfeer.’ Verbeterpunten Zoals in elke organisatie, zijn er ook hier dingen die beter kunnen. Elise: ‘Als het heel druk is, is het soms wat chaotisch en vliegen we door elkaar heen.’ Alyssa: ‘Dat kan ik beamen inderdaad en dat komt mede door een stukje structuur waar we nog hard aan werken. Zo gaan we werken met takenlijsten, heldere instructies en opstartlijsten zodat assistent-medewerkers precies weten wat ze moeten doen. Daarnaast willen we dat een participatiecoach bijvoorbeeld weet wat er moet gebeuren in de keuken als een chef-kok ziek is. We willen dat we elke dag gewoon kunnen draaien, ook al valt er iemand weg.’ Elise: ‘Als medewerker in de bediening neem ik de bestellingen op, breng ik deze weg en ruim ik af en sta ik regelmatig achter de bar. Dat laatste vind ik het leukste! Het brengen van bestellingen vind ik nog spannend, ik ben bang dat ik wat laat vallen, maar het gaat steeds beter. Ook zou ik graag nog wat meer kennis hebben van de inhoud van de kaart. Of een tosti ham/kaas bijvoorbeeld ook zonder ham kan, maar ook moeilijke vragen natuurlijk.’ Een jaar corona Ten tijde van het interview heeft Nederland al ruim een jaar te maken met het coronavirus. Elise: ‘Tijdens de eerste lockdown moesten we drie maanden thuisblijven, dat was heel erg lang. Daarna mochten we wel komen maar bleef de brasserie dicht.’ Alyssa: ‘Het werk biedt structuur in de levens van de assistent-medewerkers dus we hebben ze wel laten komen maar op een andere manier invulling gegeven aan de dagen. We combineren de dagen met schoonmaak en werkzaamheden gericht op arbeidsparticipatie. Daarnaast hebben we vanuit onze keuken bijgedragen aan het koken voor de woonvormen van Driestroom. Sinds dit jaar bieden we take away aan dus ook daar zijn we druk mee. Daarnaast is er een nieuwe menukaart in de maak waar we medewerkers op proberen in te werken, bijvoorbeeld door middel van quizjes. Ook hebben we laatst een cursus borden lopen en lopen met een dienblad georganiseerd, leuk en leerzaam.’ Passie voor het vak Alyssa: ‘Toen ik een jaar of 14 was, ben ik begonnen in de afwas en ik heb steeds weer een stapje verder naar boven toe gemaakt. Ik waardeer het in mijn huidige functie dat ik assistent-medewerkers hulp kan bieden om ze te laten groeien. En dat natuurlijk in combinatie met mijn passie: de horeca, dus beter kan niet. In de loop der jaren heb ik veel geleerd. Ik heb veel kennis opgedaan, ben daadkrachtiger geworden en heb geleerd om mijn mannetje te staan.’ Elise: ‘Het werk in de horeca vind ik erg leuk. In mijn functie is het belangrijk dat je heel gastvrij bent en niet chagrijnig. Ik was in het begin heel bang maar durf steeds meer. In de toekomst wil ik denk ik met kinderen werken. Deze baan is een soort opstapje voor mezelf waarin ik heel veel kan leren.’ Alyssa vult aan: ‘Assistent-medewerkers komen hier vaak vrij onzeker binnen maar stukje bij beetje krijgen ze meer zelfvertrouwen en ontdooien ze. Dat is iets wat mij heel trots maakt!’ Alledaags geluk Elise: ‘Ik ben dankbaar voor deze leuke plek waar ik mag werken. Ik leer hier veel, het is gezellig en ik ben blij dat ik niet thuis zit, dat maakt mij gelukkig. Alyssa: ‘Het maakt mij gelukkig dat ik elke dag met een trots gevoel naar huis kan gaan en dat ik mijn steentje heb kunnen bijdragen aan de doelen van de assistent-medewerkers. Als ik vijf jaar vooruitkijk, denk ik dat ik hier zeker nog ben. We hebben nog wat in te halen na dit coronajaar. Samen met het team willen we Brasserie Bloem beter op de kaart zetten en leuke tijden beleven. En we hebben nog enkele werkplekken vrij voor assistent-medewerkers dus heb je interesse of weet je iemand, benader ons dan zeker.’ Elise: ‘Ik hoop dat we snel weer open mogen en dan raad ik iedereen aan om een heerlijke Bloem-plank te bestellen, mijn favoriet!’   * Op de eerste foto staat Elise, op de tweede foto staat Alyssa.   Lees verder
09jun Nieuws - 09 juni 2021

Het verhaal van Rietje, Roger en Caroline bij Broerweg-Eikstraat


De kwaliteitsrapporten van Driestroom over 2020 staan op onze website. Elk jaar beoordelen we de kwaliteit van de verschillende onderdelen van onze organisatie volgens de richtlijnen uit het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg. We beschrijven in de rapporten op welke punten we als Driestroom goed scoren en waarin we ons verder kunnen ontwikkelen als het gaat om kwaliteit van zorg. Daarnaast delen cliënten, assistent-medewerkers, medewerkers en franchisenemers hun eerlijke verhaal over hun ervaringen met (kwaliteit van zorg bij) Driestroom. Hieronder het verhaal van Rietje, Roger en Caroline bij Broerweg-Eikstraat. In de gemoedelijke Nijmeegse volksbuurt Hengstdal liggen de woonvormen Broerweg en Eikstraat. De buurt staat bekend om zijn sociale samenhang en het wonen voelt daarom vertrouwd en veilig. Maar hoe is dat ten tijde van corona? We spreken bewoonster Rietje en twee medewerkers over hun ervaringen met het afgelopen jaar en over het wonen en werken op deze locatie. Wonen bij Driestroom ‘Bij woonvorm Broerweg wonen zeven cliënten met een licht tot matig verstandelijke beperking’, vertelt teamleider Caroline Eberson (56). Zij werkt al 33 jaar bij Driestroom waarvan de laatste twaalf jaar voor de woonvormen. ‘Deze bewoners hebben veel structuur nodig en daarom is er 24 uur per dag begeleiding aanwezig. Daarnaast wonen er vier cliënten op de galerij boven de woonvorm. Zij zijn wat minder afhankelijk maar wonen dichtbij omdat ze nog wel ondersteuning nodig hebben. Vlakbij ligt locatie Eikstraat. Hier heeft Driestroom twee woningen voor elk vier personen. Een derde woning wordt inmiddels opgeknapt en biedt straks ruimte aan drie personen. Deze bewoners zijn allen redelijk zelfstandig en hebben minder structuur nodig, zij kunnen hulp vragen op afstand.’ Persoonlijk begeleider Roger Lensen (53) vult aan: ‘We werken met één team voor beide locaties. De bewoners van de galerij en de Eikstraat kunnen terecht op de Broerweg met hun vragen.’ De leeftijd van de bewoners varieert van 20 tot 72 jaar. Eén van hen is Rietje Scholten (70). Zij woont inmiddels 1,5 jaar op de Eikstraat in een woning samen met drie heren. Rietje: ‘Na de Paasdagen verhuis ik naar de nieuwe woning en woon ik met in ieder geval één andere dame, dat past beter bij mij en daar heb ik veel zin in.’ Een dag uit het leven van.. Roger: ‘Mijn werkdagen verschillen behoorlijk. Van maandag tot en met donderdag zijn de bewoners van de Broerweg overdag naar dagbesteding. Dan is er tijd voor regelzaken of het werken aan de zorgplannen. Op vrijdag en in de weekenden zijn de bewoners overdag thuis en ben ik veel op de groep om nabijheid te bieden. Ook doe ik elke dag een rondje langs de galerij en de woningen aan de Eikstraat. Ik zoek even een contactmomentje met de bewoners om te vragen hoe het gaat, hoe ze erbij zitten en of er bijvoorbeeld nog iets geregeld moet worden. Dat contact is belangrijk.’ Roger werkt sinds negen maanden voor Driestroom. ‘Ik heb jarenlang administratief werk gedaan maar miste de passie in mijn vak. Vier jaar geleden ben ik als zij-instromer aan de slag gegaan in de zorg. Ik heb de opleiding maatschappelijke zorg gevolgd en voel me hier als een vis in het water, de bewoners zijn heel vriendelijk. Cliënten hebben veel inspraak en kunnen zelf onderwerpen aandragen die zij graag anders of beter zien, zoals voeding, huisvesting, inrichting of medicatie. Dat is denk ik een sterk punt van ons, we stellen de bewoners centraal en betrekken ze bij wat er op de locatie gebeurt. en gemotiveerd.’ Rietje vult aan: ‘Ik help graag mee met de huishoudelijke taken. Ik ga soms mee een boodschap doen en help wekelijks met het opruimen van de bezorgde boodschappen. Ook heb ik de meubels voor de nieuwe woning mee mogen uitzoeken en assisteer ik bij allerlei andere klusjes. Normaal gesproken ga ik op dinsdag naar de handwerkclub maar die is door corona al even dicht. Ik zou misschien ook één dag per week naar de dagbesteding gaan maar door corona zijn die plannen nog even in de ijskast gezet.’ Caroline: ‘Iedereen is erg betrokken. Ik ben naast de locaties Broerweg-Eikstraat ook teamleider van woonvorm Patrijsstraat in Beneden-Leeuwen. Ik probeer mijn tijd te verdelen door twee dagen op de ene locatie te zijn en twee dagen op de andere. Als je aanwezig bent, vinden medewerkers het fijn om toch even live contact te hebben en praktische zaken door te spreken. Naast die gesprekken heb ik ook veel afspraken staan met behandelcoördinatoren, interne afdelingen zoals Facilitair maar ook met cliënten en leveranciers. Daarnaast ben ik druk met het uitvoeren van beleid en het naleven van de regels en richtlijnen omtrent corona.’ Kwaliteitsborging Caroline vervolgt haar verhaal: ‘Wij borgen de kwaliteit van onze werkzaamheden door te werken vanuit protocollen en richtlijnen. Dit doen we onder andere door onze medewerkers zo goed mogelijk te scholen. Ook hebben we regelmatig overleg met de persoonlijk begeleiders en de behandelcoördinatoren. Daarnaast starten we binnenkort met het implementeren van NCare, een digitaal toedienregistratiesysteem in het kader van de medicatieveiligheid. Tot slot hebben we een cliëntenraad. Cliënten hebben veel inspraak en kunnen zelf onderwerpen aandragen die zij graag anders of beter zien, zoals voeding, huisvesting, inrichting of medicatie. Dat is denk ik een sterk punt van ons, we stellen de bewoners centraal en betrekken ze bij wat er op de locatie gebeurt.’ Rietje licht toe: ‘Dat klopt, we maken bijvoorbeeld altijd samen met de begeleiding de menulijst. We kiezen samen wat we willen eten. Als er een dag iets op het menu staat dat ik niet lust, dan krijg ik een apart potje groente, dat is goed geregeld. Ook werk ik samen met mijn persoonlijk begeleider aan mijn zorgplannen. Ik heb aangegeven dat het mijn wens is om met anderen te wonen die meer de gezelligheid opzoeken. Nu zit ik ‘s avonds vaak alleen, dat vind ik jammer. Ik ben heel blij dat dit gelukt is en dat ik binnenkort kan verhuizen. Er wordt goed naar mij geluisterd’. Blijven verbeteren Roger vult aan: ‘Er is ook wekelijks een bewonersoverleg. In een informele vorm, bijvoorbeeld tijdens het eten, vragen we of er nog iets speelt en of iemand nog iets kwijt wil. Laatst nog, gaf Rietje aan dat ze het niet prettig vindt dat haar medebewoner ’s avonds laat de deur laten openstaan bij het buitenzetten van het vuilnis. Ze voelt zich dan onveilig over wie er allemaal binnen kan komen. Dit is meteen opgepakt met de betreffende bewoner, die nu weet dat hij even de deur achter zich dicht moet trekken.’ Rietje: ‘Ik heb bijvoorbeeld ook aangegeven dat ik het niet fijn vind dat, wanneer ik serieus in gesprek ben met de begeleiding, we worden afgeleid door hun telefoon die afgaat. Ik heb dan liever dat ze die even uitzetten zodat ze echt persoonlijke aandacht kunnen geven.’ Caroline: ‘Het is fijn dat we dit soort zaken vaak snel kunnen verbeteren voor de bewoners. Zo zijn er natuurlijk altijd wel verbeterpunten. Het rapporteren op doelen is als verbeterpunt opgenomen in onze jaarplannen. Het elektronisch cliëntendossier ONS heeft inmiddels meer vorm gekregen en daar willen wij nu meer onze aandacht op vestigen.’ Roger: ‘Ik vind dat er nog wel wat te verbeteren valt in de contactmomenten met de cliënten. Deze staan nu nog per bewoner op vaste tijdstippen in de agenda terwijl ik merk dat dit niet voor iedereen goed werkt. Soms bewaart iemand zijn frustraties van iets waar hij tegenaan loopt namelijk dagenlang tot aan dat contactmoment. Dan blijft iemand lang in zijn of haar emotie zitten, terwijl dit veel eerder opgelost zou kunnen worden. Ik probeer daar wat relaxter mee om te gaan en vind dat contactmomenten ook kunnen vanuit spontaniteit. Ik merk dat ik daar samen met de bewoners beter mijn weg in vind op deze manier.’ Een jaar corona Caroline: ‘Inmiddels hebben we al een jaar te dealen met de coronamaatregelen. Vorig jaar maart begon de hectiek. Doordat we een diversiteit aan bewoners hebben, hadden we te maken met verschillende regels. Voor de bewoners van de Broerweg die naar dagbesteding gaan, golden andere afspraken dan voor de bewoners van de galerij die bij een sociale werkplaats werken. Dat maakte het heel lastig. Gelukkig werden alle regels en procedures rondom corona op een gegeven moment centraal gecoördineerd vanuit een Taskforce-team van Driestroom. De bewoners werden heel erg beperkt in hun mogelijkheden; weinig bezoek ontvangen, niet meer samen boodschappen doen, geen terrasje pakken. Begeleiders waren druk met protocollen doornemen en uitleggen van wat wel en niet mocht. Ook hebben helaas te maken gehad met coronabesmettingen in december en januari. Eerst waren bewoners van de galerij besmet, daarna bewoners van de Broerweg en toen volgde ook nog de Eikstraat. Dit heeft wel anderhalf tot twee maanden gespeeld, iedere keer was er ergens een uitbraak en moesten bewoners in quarantaine, dat was heel heftig en werd echt als vrijheidsbeperkend ervaren.’ Rietje vult aan: ‘Van mijn medebewoners lag er één met corona in het ziekenhuis en de twee anderen waren ook besmet. Ik als enige niet. Ik heb toen tijdelijk op de Broerweg kunnen wonen want daar was de uitbraak toen net voorbij.’ Caroline vervolgt haar verhaal: ‘Wat wel heel mooi is, is dat ouders en verwanten heel erg betrokken waren en meedachten in hoe ze het draaglijker konden maken voor de bewoners en het personeel. We hebben veel kaartjes en lekkers gekregen en ideeën ontvangen om bijvoorbeeld een slinger te maken met data om de quarantainedagen af te tellen.’ Roger: ‘Wat ik als heel lastig heb ervaren, is dat ik zeker op de Broerweg veel minder de nabijheid kon bieden aan de bewoners omdat ik constant volledig in beschermende kleding moest werken. Dat merkte ik ook terug in het gedrag van sommige bewoners.’ Caroline: ‘Je merkt dat de rust nu weer wat is teruggekeerd. Bewoners kunnen bijvoorbeeld weer op afspraak winkelen. En inmiddels hebben de meeste bewoners hun eerste vaccinatie ontvangen, het is nu wachten op de tweede prik en hopen dat we snel weer terug kunnen naar het normale leven.’ Alledaags geluk Rietje: ‘Als ik gezond blijf en niets mankeer, hoop ik hier over een paar jaar nog lekker te wonen. Ik ben hier gelukkig. Ik kan in de buurt boodschappen doen, een keer naar de stad, ik vind het fijn dat ik hier mag zijn. Ik ken hier alles, mij krijg je hier de wijk niet uit. Ik heb geen corona gehad en ik verhuis binnenkort naar mijn nieuwe woning, dat maakt me vrolijk en daar heb ik echt zin in!’ Roger vult aan: ‘Ik hoop hier over een paar jaar ook zeker nog persoonlijk begeleider te zijn, mits de ADL-zorgverlening (algemene dagelijkse levensverrichtingen) niet enorm groot wordt. Ik vind vooral het contact met de bewoners leuk. Als een soort coach help ik de bewoners stappen te zetten om hen verder te brengen, daar krijg ik veel energie van. Ik word er gelukkig van als ik veiligheid en nabijheid kan bieden en zie dat dat helpt. Mijn werk is nooit een sleur, dat motiveert me!’ Caroline: ‘Ik ga nog steeds elke ochtend met veel plezier naar mijn werk, dat is belangrijk. Als ik anderen gelukkig zie, of dat nu de bewoners zijn of mijn collega’s of familieleden, dan maakt mij dat ook gelukkig. Over vijf jaar hoop ik een goed draaiende franchiselocatie te hebben, dat zou mooi zijn!’   Lees verder
07jun Nieuws - 07 juni 2021

Het verhaal van Frank bij Driestroomhuis Jeugd enzo


De kwaliteitsrapporten van Driestroom over 2020 staan op onze website. Elk jaar beoordelen we de kwaliteit van de verschillende onderdelen van onze organisatie volgens de richtlijnen uit het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg. We beschrijven in de rapporten op welke punten we als Driestroom goed scoren en waarin we ons verder kunnen ontwikkelen als het gaat om kwaliteit van zorg. Daarnaast delen cliënten, assistent-medewerkers, medewerkers en franchisenemers hun eerlijke verhaal over hun ervaringen met (kwaliteit van zorg bij) Driestroom. Hieronder het verhaal van Frank bij Driestroomhuis Jeugd enzo. Het is een drukke boel in de klassieke langgevelboerderij van Frank van Strijen (44) in het Utrechtse Leersum. In het vroegere voorhuis woont hij samen met zijn vrouw en vijf kinderen. In het andere deel is Driestroomhuis Jeugd enzo gevestigd. Een gezinshuis-plus van waaruit hij bovengebruikelijke zorg biedt vanuit het normaal dagelijks leven. 25e initiatief Frank: ‘In 2012 ben ik gestart met dit Driestroomhuis. Ik had al mijn hele leven met jeugd gewerkt, zowel in de residentiële zorg als in het jongerenwerk en als zelfstandig trainer, toen ik hoorde van het initiatief gezinshuis. “Op ondernemende basis het leven van en met jongeren vanuit je eigen huis vormgeven”, dat sprak mij ontzettend aan. De visie van toenmalig directeur Johan Emons op ondernemerschap en werken, dat klikte met mijn visie en zorgde ervoor dat wij het 25e initiatief werden binnen Driestroom. Gezinshuis Ondernemerschap en zorg verlenen gaan hand in hand bij Driestroomhuizen, dat is mooi om te zien. In ons gezinshuis wonen uitsluitend jongens tussen de 12 en 22 jaar. Over het algemeen zijn ze een jaar of 15 als ze hier binnen komen en rond de 21 als ze de deur uitgaan. De meeste van hen zijn tussen hun vierde en zevende levensjaar uit huis geplaatst. Als ze hier komen wonen, hebben ze vaak al vijf tot zeven plekken gehad en ben ik ergens tussen de 50ste en 150ste professional die ze zien. Je begrijpt dat dit zorgt voor chaos als de jongens binnenkomen, maar dat stabiliseert vrij snel. In ons gezinshuis wonen acht jongens, twee jongens wonen onder begeleiding in een woning op ons terrein en vijf anderen wonen iets verderop zelfstandig in het dorp met onze begeleiding nabij. De jongeren hier hebben te maken met meervoudige complexe problematiek, waarbij ze eigenlijk op weg zijn richting gesloten jeugdzorg en dat proberen wij te voorkomen. Qua zorg zitten wij tussen de residentiële jeugdzorg en de gesloten jeugdzorg in. Naast opvoeding en begeleiding bieden we ook behandeling. We proberen de locatie van het gezinshuis als therapeutisch klimaat in te zetten en hebben hiervoor een multidisciplinair team beschikbaar. Kwaliteitsborging Wat we goed doen, is dat we elke jongen zien als uniek. Na alle ervaringen die mijn collega’s en ik hebben opgedaan, begrijpen we veel, maar we begrijpen ook dat we elke keer de puzzel opnieuw moeten leggen. Met open vizier en anders dan we van tevoren gedacht hadden. We duiken er iedere keer opnieuw in om per jongere te kijken wat nodig is. Vaak wordt bij de jongens hier de diagnose oppositionele gedragsstoornis gesteld. Vroeger werd gedacht dat je maar grote, breedgeschouderde mensen moest inzetten om jongeren te domineren richting goed gedrag. Dat is natuurlijk totaal ondoordacht. Ik merk dat die stoornis heel erg omgevingsafhankelijk is en dat het ‘m vooral zit in oppositionele afweer. Vaak zijn deze jongens al van voor hun tiende levensjaar gewend dat niemand ze stuurt, kadert of begrenst en dat is heel onveilig. Wij zorgen hier voor een mix van warmte en harmonie maar ook een hele indringende en begrenzende cultuur. In dat midden voelen de jongens zich op hun gemak. Zelfbepalend gedrag is hier niet aan de orde. “Ik pak” is “ik vraag” en “ik ga” is “mag ik alsjeblieft gaan?”. We hebben hier een jongen in huis die alle stations al heeft gepasseerd. Overal had hij de boel kort en klein geslagen en zijn hele dossier draaide om “ik bepaal”. Dat gedrag hebben we hier totaal omgekeerd en daar is een zachte en lieve jongen voor teruggekomen die op 5 december zelfs mee Sinterklaasliedjes zong.’ Naast begeleiding en opvoeding bieden Frank en zijn team ook behandeling. Frank legt uit: ‘De laatste jaren heeft de behandelcomponent van ons werk veel meer kaders en structuur gekregen. Ik heb fijne mensen om me heen die de cultuur van onze locatie goed begrijpen en tot de beteren in hun vakgebied behoren, zoals een gedragskundige, therapeut en hoofdbehandelaar. Ik heb veel kwaliteit naar binnen kunnen halen om de kwaliteit van ondersteuning te verbeteren. Daarnaast heb ik mezelf laten bijscholen als cognitief gedragstherapeutisch werker.’ Kwaliteitsverbetering ‘Natuurlijk zijn er ook altijd dingen die beter of anders kunnen,’ geeft Frank aan. ‘De regeldruk is de afgelopen acht jaar enorm toegenomen. Dat is ergens heel goed, want je zorgt met publieke middelen voor andermans kinderen in een beperkte ruimte die dicht tegen je privé aan ligt. Het is heel belangrijk om dat goed gecontroleerd te houden. Maar tegelijkertijd ben je op deze manier wel heel veel ballen in de lucht aan het houden. Je wilt ook lekker leven met de jongens, kunnen sporten, barbecueën, erop uit trekken, daarin zit de basis van alles. Als je vervolgens elke dag opnieuw een waslijst van kleine en grote details moet invullen, dan is dat lastig. Hoe zorg je er nu voor dat alle regelzaken eromheen in een mooie cyclus en structuur komen waardoor ze het liefst doorlopend auditwaardig zijn? We zijn daar goed in maar het kan altijd beter. Het liefst hebben we er een medewerker bij die daar continu op toeziet.’ Een jaar corona Ten tijde van het interview hebben we al meer dan een jaar te maken met het coronavirus. Frank: ‘Terugkijkend zijn we het jaar goed doorgekomen. Het zwaarste voor ons was de saaiheid. Ik ben net zoveel ondernemer als hulpverlener, altijd beweeglijk en met meerdere dingen bezig. Ineens had ik geen afspraken meer, dat was wennen. Het scheelt dat we een groot terrein hebben waardoor we niet binnen klem kwamen te zitten. We zijn veel buiten geweest, hebben lekker gesport en zijn creatief de dagen doorgekomen. Veel van de jongens zitten in examenklassen of op het speciaal onderwijs en dat bleef doorgaan dus daar hebben we weinig hinder aan ondervonden. Ik ben inmiddels ingeënt en mijn medewerkers op korte termijn ook. Ook de 18+ jongens hebben zich al laten vaccineren. Een positief element is dat ik het bellen via Teams heb ontdekt. Natuurlijk is het altijd leuker om mensen in het echt te ontmoeten, maar als ik nu bel met de voogden, dan doe ik dat via videobellen, dat maakt het contact veel echter. Daarnaast heb ik de afgelopen periode mogen proeven van de loyaliteit van mijn medewerkers, dat was heel tof om te zien.’ Passie voor het werk De passie voor zijn werk is al vroeg ontstaan. Frank: ‘Op mijn zestiende las ik een boek van een dominee die met jongeren aan de slag ging in een achterstandswijk in New York. Terwijl iedereen zei dat hij daar niets mee moest doen, bouwde hij daar heel mooi werk op. Dat heeft iets in mij getriggerd en door de jaren heen ontdek je dan wat je zelf wilt. Werken met mensen is ook werken met jezelf, het is een ontwikkelproces voor jezelf en je komt van alles tegen. De laatste jaren kijk ik wel eens naar mijn jongens zoals een kunstschilder naar zijn doek kijkt. Ik vind het geweldig om soms met een grote kwast en soms maar met één haartje iets precies op de juiste plek te zetten.’ Toekomst We kijken vijf jaar vooruit, wat zien we dan? Frank: ‘Over vijf jaar verwacht ik dat dit nog steeds mijn verhaal is. Ik kijk ook om me heen naar een tweede locatie voor 18+ jongens. Daarnaast ben ik door iemand uit mijn netwerk gevraagd om eenzelfde locatie op te zetten voor meiden want dat is er nog niet. Wie weet wat er allemaal op mijn pad komt.’   Lees verder
Driestroom-Elst-6813

Benieuwd wat we voor jou kunnen betekenen?

We helpen je graag verder!